Quick 120 jaarQuick 1 juichen 1Quick 1 juichen 4Foto juichen Cricket 1TrainenQuick 1 juichen 2Foto juichen 4Cricketf-jeugdQuick 1 juichen 3Foto selectie 2013/2014

H.V. & C.V. Quick, De Savornin Lohmanlaan 215 Den Haag, Telefoon: 070-3680323

Twitter icon
Facebook icon
Instagram icon
LinkedIn icon
RSS icon
YouTube icon

Roosters in Schotland: dansen, dansen, dansen!

Gepubliceerd op 26 juni 2017 door Krijn Vrolijk

Roosters waren compacte tours enigszins beu en gingen het eens proberen in Schotland. Hieronder verslag van een geslaagde tour.

Woensdag

In de middag verzamelen op Quick. De Jas en Chuff appen me voorafgaand en los van elkaar exact dezelfde tekst: pas je een beetje op m’n pa? Daan had dat natuurlijk ook kunnen doen, maar weet wel beter. Peter geeft me een gouden boekje. Ik heb van die serie alleen ‘Aap & Mol in het paleis’ nog niet, maar die is het niet. Ik doe m’n best teleurstelling te verbergen. Tot ik nogmaals kijk. Het boekje is leeg en voor de fines. Peter heeft alleen de eerste bladzijde al beschreven, met restaurants voor de lunch tijdens de golfdag. Angels with Bagpipes staat bovenaan, daaronder volgen Wedgwood, Dogs, The Bon Vivant, The Gardener’s Cottage en nog twee, maar die ontgaan me, omdat mijn aandacht wordt afgeleid. Steeds meer Roosters druppelen namelijk binnen en het is een nerveus handen schudden van jewelste. Ruim dertig man drentelen om elkaar heen, staan te trappelen, popelen, hunkeren.

Hoewel alle mails aan RC aan een verkeerd adres gemaild zijn, is hij er ook. Ik hoor zijn onmiskenbare stemgeluid, zien doe ik hem nog niet. Alleen Henk en Felix zijn er nog niet. Henk heeft een goed excuus, hij gaat vanuit Chelmsford met het vliegtuig naar Edinburgh, Felix is simpelweg te laat en heeft de eerste fine van de tour te pakken. We rijden naar IJmuiden, nemen daar de boot naar Newcastle. Het grote wachten neemt een aanvang. Jaap maakt van de gelegenheid gebruik aan te geven dat hij liever met het vliegtuig was gegaan. Hoe langer we wachten, een vrachtwagen is vast komen te zitten bij het oprijden van de boot, hoe meer medestanders hij vindt. Alleen Alex wordt wat bleek op de neus, terwijl het toch echt dertig graden in de schaduw is.

Na wat aanvoelt als een eeuwigheid tijd doden op een desolate parkeerplaats mogen we eindelijk de boot op. Gretig domineren we de Skybar. Het diner is boven verwachting, verder doen we wat mensen op een boot doen: beetje drinken, gokje wagen en vooruitblikken. Robert doorbreekt deze (prettige) sleur en zet meteen een nieuwe trend, hoewel hij dat zelf op dat moment nog niet weet. Hij waagt zich op de dansvloer. En hoe. In één beweging vliegt hij over een laaghangend hekje, in twee, drie, vier bewegingen kroont hij zich binnen een vloek en een zucht tot keizer van de dansvloer. Het is ontroerend, vertederend en tegelijkertijd enigszins verbazingwekkend om hem zo bezig te zien. Uiteraard krijgt deze aap nog een staart.

We (ik mag een hut delen met Alex en Dick, mag ook met ze meerijden trouwens) slapen in de hut vlak boven de grootste motor van de boot, een boot met allure flatgebouw overigens. Dat dit Alex uit zijn slaap houdt, weegt op tegen het feit dat we Remco’s stem nu niet door de muur heen horen komen. De nacht smaakt zoet en veelbelovend.

Donderdag

Het is best een stukje rijden, van Newcastle naar Edinburgh, zeker als je voor een route via B-wegen kiest. Onderweg worden we een keer of zeventien gebeld door Henk. Die is al geland, laat zich door Hugo Southwell (https://en.wikipedia.org/wiki/Hugo_Southwell) naar het hotel rijden en voelt zich nu verdomd alleen. Of hij wil de stem van Alex gewoon graag horen. Of allebei. Hoe dan ook, we worden zo gek van zijn telefoontjes, dat we besluiten meteen door te rijden naar de cricketclub waar we vandaag spelen. Aan Pieter, Akkie en Sjaak de schone taak onze recordhouder te omarmen en mee te nemen.

Na zesentwintig uur reizen zijn we dan eindelijk op de plaats van bestemming. De hereniging met Henk gaat gepaard met tijdelijk afscheid nemen van golfers. We krijgen daar een stel hartverwarmende Schotten voor in de plaats. Vooral Cameron springt in het oog en niet alleen omdat hij nog langer is dan ik. Hij maakt foto’s alsof zijn leven ervan afhangt en heeft voor iedereen een goed woord. Als Alex hem vertelt dat ik een bekende Nederlandse zanger ben, zit ik aan hem vast. Ik doe nog een vertwijfelde poging het leed te verzachten en mijn eigen weg weer te mogen gaan, door mijn zogenaamde beroep van zanger te nuanceren naar tekstschrijver, iets meer in de buurt van de waarheid toch, maar dat mag niet baten. Cameron vertelt me dat hij ruim 140.000 songteksten geschreven heeft en er al precies nul heeft verkocht. Alles zou teveel lijken op de Beatles. Eer ik er erg in heb, begint hij Blackbird te zingen, me daarbij aankijkend met een blik die een mix is van waanzin, moordlust en aanhankelijkheid. Ik maak me uit de voeten en meld me bij de scorer van de tegenpartij. Dat is een lieve, oude man, die me meeneemt naar een heus scorehuis. Tijdens de wandeling vertelt hij dat we vandaag op het veld van Stenhousemur spelen, het grootste veld van Schotland, nee zelfs van Groot-Brittannië. Erg veel zessen zullen er vandaag niet geslagen worden, hoe sterk onze opstelling ook is. Vijf ex-internationals maar liefst. En een oud-bondscoach langs de kant. En twee leiders van Quick I. Dat kan niet misgaan, zou je denken.

JJ wint de toss, we gaan batten. Ik heb het beste uitzicht van allemaal en zie Ted en Pietje de grasmat betreden, vol vertrouwen. Het scorehuis waarin ik zit, is overigens van een tranentrekkende schoonheid. Twee gammele trappen verschaffen toegang tot een walhalla voor puristen. Niets in het scorehuis wordt op dezelfde manier bediend. Er zijn rollen voor de runs, hangt een touwtje waaraan je moet trekken voor de overs, maar er zijn ook bordjes, die je om de tien overs in een gat moet zetten, met dan weer een ander, groter bord erachter, zodat het eerste, kleinere bordje als het waait niet in het scorehuis valt. Pieter is een liefhebber en steekt ons een helpende hand toe met draaien aan rollen, trekken aan touwtjes, plaatsen van bordjes.

Wickets moeten van buitenaf worden opgehangen, Hans (Kramer) ziet mijn collega zich de tandjes rennen, trappen af, trappen op, en neemt deze taak graag op zich. Ook het aantal runs van de laatste batsmen behoort daarmee tot zijn pakket. In het geval van Ted is dat aantal precies nul. De tour beginnen met een imperial duck stond nog op zijn to-do-lijstje. Pietje (39) en Marco (37) pakken de draad op, maar vanaf 79/1 maakt Hans overuren. Nog twee golden ducks en niet de minste (Dick en Edgar), eigenlijk alleen verzet van Pieter (28). 137 all out is teleurstellend en werkt tegelijkertijd op lachspieren. Vijf ex-internationals maken gezamenlijk vijf runs in vijftien ballen.

De scorer en ik laten ons niet door tegenvallende prestaties beïnvloeden. We kijken door een luik en zien dat het goed is. Cricket is voor ons allebei waarschijnlijk de belangrijkste bijzaak ter wereld, maar tijdens de wedstrijd hebben we ook aandacht voor elkaar. Hij vertelt me waar we moeten zijn vanavond (Grassmarket) en krijgt een schalkse blik als hij over de Schotse meisjes praat. Tegelijkertijd lijkt hij nauwelijks onder de indruk van mijn verhalen over crickettoppers van toen en nu. Als ik grappig probeer te doen over de lengte van Pietje, een goedkoop trucje dat in Nederland vaak wel werkt, is zijn reactie lauwer dan Engels bier. Bij het zien van hun zesde bowler begrijp ik pas waarom.

Enfin, we drinken thee, eten koekjes en gaan het veld weer in. Golfers druppelen langzaam maar zeker binnen en geloven hun oren niet als ze de prestaties van Ted, Dick, Edgar, Henk en Alex horen. Ik vraag aan Remco wat zijn cijfers worden en geef zelf antwoord. 1/22/7. Eerste bal een wide, tweede een wicket. Uiteraard zit ik er ver naast. Remco’s eerste bal is inderdaad een wide, hij bowlt er trouwens nog vijf in zeven overs, maar verder is hij ongetraind onbespeelbaar: 0/12/7. Dat laatste geldt overigens voor wel meer bowlers. Edgar (2/14/4), Henk (0/11/5), Alex (1/12/4) en Dick (0/12/3) nemen wraak en laten Schotten nooit in de buurt van een alleszins haalbaar target (138 in 35 overs, nog geen vier per over dus) komen. Alleen ene Angus (geen grappen over vlees graag) kan nog roet in het eten gooien. Hij slaat zowaar een zes, de enige van de dag, een teken voor kapitein JJ om een ‘Schettinootje’ te doen en voortijdig het veld te verlaten. Pieter ruimt Angus, een batsman met vervaarlijke sik en in zijn vrije tijd een oranje hoedje op, en kroont zich tot man of the match met 5/14/7. Ook Ewald is goed, als altijd zou ik haast zeggen. We winnen, iets minder vanzelfsprekend dan gedacht, maar we winnen. Vlak nadat de laatste bal gebowld is, rijdt de cricketpolitie langs, met zwaailichten en sirenes. We hadden geen seconde langer moeten, waarschijnlijk ook niet kunnen doorgaan, hoezeer Hans daar als umpire ook zijn best voor deed.

De afloop is er één die we wel kennen, maar nooit verveelt. Drankje, hapje, babbel en speeches. Neill, de captain van Stenhousemur, doet schijnbaar verveeld en boos, maar zeker grappig het woord en geeft ons onder andere een zak met zo ongeveer 120 batjes. Wij geven er precies twee terug en wat caps. Felix neemt JJ waar en voert het woord. Zijn grap aan het einde verdient nog enig fijn slijpen, maar Schotten lachen uit beleefdheid en schotelen ons evenzogoed een heerlijke Indiase maaltijd voor. Het afscheid is innig en gelukkig maar voor even. Morgen spelen we op een ander veld, maar tegen zowat hetzelfde team. Ze zullen zich iets versterken, hebben ze beloofd.

Fines en borrel zijn in de hotelbar. Paul praat al snel weer over geld, Butch voelt zich niet begrepen en Paul Jan heeft nekpijn van nee schudden tijdens de wedstrijd. Peter zoekt en vindt wat Ponden, RC maakt een praatje met een labrador, er is sinds de laatste keer dat we op tour gingen eigenlijk niet zo gek veel veranderd, misschien alleen dat ik Hans (Schiferli) nog geen woordgrap heb horen maken. De fines sluiten met een gedicht voor Robert*, de nacht sluit met een potje klaverjassen met Siardus, tegen Dick en Jan (Bruggeman).

Vrijdag

RC is vannacht zijn kamernummer vergeten. “Perhaps a bit of a stupid question, but I don’t know my room number anymore, would you mind taking a look in the book?” Paul heeft geen stappen-, maar een flappenteller. Elke keer als hij over ‘duppies’ praat, geeft het apparaatje een tik. Tijdens deze tour is de flappenteller van zes naar zeven, acht, negen versprongen. Miljoen. Jan (van Es) treft laatste voorbereidingen op het golftoernooi van morgen. Overigens kun je met de letters van zijn naam met enige moeite het woord ananas maken. Pietje zoekt een ring en verdenkt de Schotse dwerg van gisteren als eerste. Pietje iemand dwerg horen noemen is wat mij betreft de ultieme gotspe. Gelukkig heeft hij zijn Bitcoin nog wel. Hanco erkent een microfoonfetisj te hebben. RC raakt na het ontbijt andermaal zijn kamer kwijt, kan nu zelfs de lift niet meer vinden.

Dat het adres van de club waar we vandaag spelen, nauwelijks te lezen is, heeft van alles te maken met mijn ogen en een klein beetje met het lettertype dat Akkie voor het, overigens verder schitterende, tourboekje gebruikt heeft. We spelen vandaag op Stirling CC, op een mooi en net iets kleiner veld dan gisteren, onder de rook van het gedenkteken voor William Wallace (https://nl.wikipedia.org/wiki/William_Wallace).

Het begin van de wedstrijd is, als de hele tour tot dusver, rommelig. Henk en Pieter gaan lunchen, vergeten de tijd, denken daarbij dat we later beginnen en komen zodoende te laat. Bibber gaat naar het invalidentoilet en verwart de douche (groene geribbelde stoel) met de pot (porselein met bril). Ik zie niet veel later een Schot in rolstoel met natte haren, bruine vingers en vooral chagrijnige blik het terrein verlaten.

De Schotse scorer van vandaag is ouder dan die van gisteren. En komt uit een strip. Of van Studio 100 (https://nl.wikipedia.org/wiki/Studio_100). Hij praat in zichzelf, of, op zijn best, recht voor zich uit, tegen niemand in het bijzonder. Dat wat hij zegt als hij me wel aankijkt, versta ik niet. Dat wordt weer lachen. Ik verlang naar een bloemetjesjurk en zucht.

JJ verliest de toss, we gaan fielden. Edgar (0/5/5), Siardus (2/16/7) en Pieter (1/19/7) gooien de deur alweer snel in het slot. Eén ding lijkt meteen duidelijk: Schotten gaan vandaag, ondanks sterkere opstelling, andermaal niet veel runs maken. Felix (1/25/4), Dick (1/31/6) en Alex (0/21/4) geven de gastheren een totaal dat nog enig aanzien heeft. 129/6, opnieuw 35 overs. Henk (0/8/2) krijgt tijdens fielden een hamburger in aluminiumfolie aangereikt en wil zijn fines alvast afkopen op tien Pond. Het is, zoals dat heet, de goden verzoeken.

Tweede innings. JJ zet de boel op scherp. “Als we dit nog verliezen, stop ik als captain.” Alex en Henk gaan openen. Alex en Henk zijn vrienden voor het leven, vinden het leuk om met elkaar te batten en kunnen dat ook goed. Hans (Kramer) ligt in een uithoek van het veld en herinnert zich hun partnership tegen VRA. En dat is nog maar één voorbeeld. Golfers keren terug, Robert rommelt in enthousiasme Schotse vrienden weer te zien met woordvolgorde. “Here are we again” Paul blijkt achttien holes gegolfd te hebben met het prijskaartje van zijn nieuwe jas uit zijn kraag en op zijn rug. Zijn flappenteller is inmiddels volledig door – en dolgedraaid.

Henk en Alex trekken zich van commotie langs de lijn weinig aan. Hun partnership is er één voor Roostersanalen, hun 114 voor het eerste wicket (Alex 66, Henk 46*) bepaalt de uitkomst van de wedstrijd. Schotten zijn kansloos, scorer naast me drinkt thee, moppert wat, praat tegen een zonnebril en vervloekt de afstandsbediening van het elektronische scorebord. Er zijn Roosters die vinden dat de overwinning subtieler had gekund. Het zal de 77-jarige wicketkeeper van de Schotten, zelfs voor Schotse begrippen extreem aardig, een worst wezen, zeker nadat hij Paul Jan gespot heeft. Voor het eerst deze tour praat Paul Jan met smaak over cricket, een grijns van oor tot oor bezorgt de gepensioneerde wicketkeeper knikkende knieën.

Na praatjes en uitwisselen van spiegels en kralen gaan we maar weer eens een stukje rijden. Het avondprogramma is vrij en iedereen, of in elk geval zowat iedereen gaat downtown Edinburgh, wat drinken, hapje eten in kleinere groepen. Een enkeling doet een dansje. Alweer dat dansen.

Zaterdag

Het golftoernooi hoort net zo hard bij de Roosterstour als (minimaal) twee dagen cricketen. Ed, Jan (Bruggeman), Robert en Siardus evalueren aan de ontbijttafel hun gestaakte klaverjaswedstrijd. Peter telt koppen voor de lunch.

Golfers doen hun ding. Jan (van Es) zaait verwarring of schept een te hoog verwachtingspatroon. Het bord bij de ingang (Van Es Management & Consulting) doet vermoeden dat de dag volledig gesponsord is, voor alle golfers. Niet waar dus. Remco wint, Dick (Taat) en Siardus struikelen over meer dan eigen woorden. Henk leent de halve golfset van Hanco, vergeet een club op hole tien, niet ergens aan de zijkant, maar midden op de baan. Het is precies die club waar zijn schoonvader vervolgens bijna overheen rijdt. Marcel leunt achterover in zijn karretje, terwijl Ewald slaat en Robert zwoegend zijn set tegen een steile heuvel op duwt. Hans (Kramer) loopt mee en maakt foto’s.

In The Bon Vivant (aanrader en niet alleen omdat je er zo aardig kunt bamzaaien, https://www.youtube.com/watch?v=lXg1F8rMfgo) gaat het er beduidend rustiger aan toe. Lunchen van en op niveau, door Roosters aan wie dat wel besteed is. Pas na het verlaten van de zaak wordt de middag een tikje ordinair, als een schreeuwende Schot Marco omarmt, omdat hij denkt dat hij nog met hem op kostschool gezeten heeft. Marco staat perplex, reageert niet of nauwelijks, kijkt de Schot wat meewarig aan, haalt zijn schouders op. En dat is net genoeg om hem weg te krijgen voordat de taxi naar de golfbaan komt. Een taxi overigens waarin Peter de gehele financiële administratie laat liggen, maar ook dat wordt opgelost, uiteraard wil ik hier graag aan toevoegen.

Jan (van Es) reikt prijzen uit, daarna gaan golfers terug naar het hotel en lunchers terug naar de stad. We eten in een club, dat belooft wat, in elk geval weer dansen. En ja hoor. Na fines in de dan nog lege kelder van de club waar we eten (Dick in topvorm, lied gericht aan Bibber*, maar in alles bedoeld voor Maarle), gaan voetjes van de vloer, worden vriendschappen bevestigd, nieuwe gemaakt, voor het eerst deze tour iets verdergaand geïntegreerd met lokale bevolking dan praatjes langs het cricketveld.

(Niet in tourverslag opnemen, wel voor dagboek: een bepaald iemand neemt een tekstflard van een oud lied van André Hazes (was er warm en druk, ik zat naast een lege kruk) te letterlijk en ik word zo week, een beetje verliefd.)

Zondag en maandag

We verlaten Edinburgh, met een traan en zonder lach, als het aan mij ligt. In de buurt van Newcastle gooien we met leverworsten, kaplaarzen en boomstronken. Niemand vindt het echt leuk, maar iedereen doet mee. Op de boot terug wordt andermaal gedanst. Op de vulkaan. En omdat je dan bestaat, schijnt.

Afscheid op Quick, daar waar het begon. Veel gereisd, nog meer gelachen gelukkig. Nooit woorden genoeg.

* Teksten zijn op te vragen via communicatie@quick.nl

Delen op social media

Twitter icon
Facebook icon
LinkedIn icon